De woorden van Nadia Guerti, echtgenote van Mohammed Sebbahi

Op 11 september namen we samen afscheid van onze Mohammed Sebbahi, zijn echtgenote Nadia Guerti nam ons mee terug in de tijd en vertelde ons over het engagement van Mohammed.

Liefste Mohammed (Allah i rahmak)

Je kwam van ver en om het met jouw woorden te zeggen: “letterlijk en figuurlijk”.

Al heel jong kreeg je de verantwoordelijkheid over jouw ouders, broer en vier zussen. Je deed alles om jouw vader van een slepende ziekte te redden. Helaas…

In België startte je als arbeider bij het toen zeer gekende ‘Molderez-Interim’ en later werkte je zoals vele andere ‘migranten’ bij autofabrikant Opel. Al gauw bleek dat de arbeiderswereld niet jouw plaats was. Je kon niet leven met de gedachte dat jouw vader zoveel geld betaalde om jou naar een privéschool te sturen waar je tweetalig onderwijs kreeg om daarna in de fabriek te gaan werken.

Je maakte van het leren van de Nederlandse taal jouw prioriteit. Je wist wat je wou en ging ervoor! Je participeerde in lokale verenigingen en deed vrijwilligerswerk. Je engageerde je voor de buurt en ruimere omgeving en richtte je vooral op de jeugd, de hoeksteen van onze maatschappij, zei je. Je bouwde een groot sociaal netwerk uit. “Si Sebbahi” werd geboren!

Jouw Nederlandse taal werd zo goed dat je kon starten als vertaler-tolk aan het Tolkencentrum van de Stad Antwerpen. Maar je deed meer dan tolken en vertalen alleen als verantwoordelijke van de Arabische afdeling. Je was een sociale hulpverlener die ook zijn vrije tijd opgaf om mensen te helpen. Je deed dat jarenlang met veel plezier. Maar stilaan begon er toch wat te knagen. Je voelde je in de kou staan. Het was een moeilijke strijd die je alleen niet aankon. Er veranderde weinig of niets, de vooruitgang bij de allochtone gemeenschap verliep zelfs niet stapvoets.

En toen was er ‘Zwarte zondag’, de verkiezingsuitslag die aan de basis lag van een carrièrewending, al wist je dat toen nog niet.

De Stad Antwerpen, jouw werkgever, zette allerlei constructies op en de dienst Samenlevingsopbouw stampte het éne na het andere wijkkantoor in kansarme buurten uit de grond, sociale tolkencentra in het klein. Echter… een doelgericht integratiebeleid bleef uit…

Toen ik jou leerde kennen op 1 januari 1990, dronk je sloten zwarte koffie en gingen vele pakjes Belga Filter op in rook, weer letterlijk en figuurlijk. Met draaiende bewegingen van wijsvinger en duim trok je aan je mooie haren, altijd diep verzonken in gedachten over politieke en maatschappelijke thema’s. Maar ook over jezelf: je was 40: wie ben ik? Waar sta ik en waar wil ik naartoe?

Je werd stapelverliefd en zoals je gewend was om te strijden voor de rechten van allochtonen, streed je ook voor de liefde van jouw leven. Je moest en zou haar hebben en nooit meer loslaten.

Intussen bleven jouw gedachten over het hete hangijzer ‘Het Migrantenvraagstuk’ zoals dat genoemd werd, verder malen.

Toen jouw baas een beleidsnota moest indienen en hij jouw bijdrage vroeg, liet deze op zich wachten. Je was ermee bezig… avonden en weekends verslond je aan de teksten.

Hoe langer hoe meer strookte jouw visie niet meer met die van de Stad. Er volgden vele discussies en marathonvergaderingen mondden in ruzies uit. De deadline voor jouw bijdrage was al lang voorbij en je suste jouw baas met de uitspraak dat je ermee bezig was. Tot hij jou een concrete deadline gaf.

Op die datum was jouw nota “Jef en Ali” klaar. Alleen in plaats van op het bureau van jouw baas, verscheen die meteen in verschillende kranten! Je had veel kritiek op het stedelijk en Vlaams ‘migrantenbeleid’. Je had te lang gezwegen vond je… Je werd op staande voet ontslagen en verbannen naar het archief van het Stuivenbergziekenhuis om jouw opzegtermijn uit te doen. Maar dat kon jou een worst wezen, integendeel, daar had je nog meer tijd om van jouw gedachten iets concreets te maken… het oprichten van een zelforganisatie, dat was de sleutel!

Ondertussen pikte ‘Agalev’ jou op en zette jou op de verkiezingslijst. Je werd net niet gecoöpteerd als senator, maar liet de moed niet zakken. Agalev kwam met een voorstel af om voor de studiedienst te werken. Zij schaarden zich achter de idee van de zelforganisaties en steunden jou daar volop in. Samen met Abdeslam Sarie en Abdelmalek El Houari, richtte je de vzw F.M.D.O. op. Dankzij Agalev, de Vlaamse Gemeenschap en de VGC, kon de uitbouw van de federatie in de Bondgenotenstraat van start gaan. Eerst met jou alleen, iets later met een halftijdse medewerkster en nu, je ziet wel, met 15!!!

Dankzij jouw harde inzet, beleid en strijd, maar ook dankzij de inzet van alle gewezen en huidige collega’s en vooral Ivy Goutsmit, de coördinatrice die 11 jaar geleden in dienst kwam, is de federatie wat ze nu is: een grote, bloeiende vereniging die de belangen van verschillende nationaliteiten behartigt. Een federatie met het hart op de juiste plaats!

Mohammed was een intelligente maar vrij bescheiden man, één van weinig woorden, bleef soms liever op de achtergrond. Toch liet hij thuis regelmatig vallen: “Ere wie ere toekomt”. Zelf heeft hij het misschien te weinig of niet uitgesproken en later had hij er gewoonweg de kracht niet meer voor. Daarom dat ik het nu doe:

Dank u Ivy,

Dank u collega’s (vroegere en huidige) voor jullie inzet en alles wat jullie voor de Federatie betekenen of hebben betekend. Zonder jullie was dit nooit gelukt!

Helaas moesten we Mohammed veel te vroeg laten gaan. Laat ons zijn durf, moed en ongelofelijke strijdvaardigheid als voedingsbodem gebruiken om onze eigen dromen, groot of klein te realiseren.

Dus ook jij lieve echtgenoot: bedankt!!!

Nadia Guerti

11/9/2018